Foto- en tekstpublicatie Het Parool: Slagers in Amsterdam

Slagerij Konijn in Abcoude slagt zelf
Jan Konijn kijkt toe hoe een koe ‘de klap’ krijgt

Toen in 2014 ‘mijn’ buurtslager vertrok uit De Pijp, voelde ik me even verweesd. Ik eet niet veel vlees, maar als ik het eet, koop ik het bij een vakman (of vrouw, maar de ervaring leert dat het meestal mannen zijn). Ik vond onderdak bij Slagerij Woorts in Amsterdam Zuid. Maar toen ook die traditionele slagerij mogelijk moest verdwijnen heb ik besloten een stuk te schrijven.

Voor mijn verslag sprak ik uitgebreid met tientallen slagers, de Koninklijke Nederlandse Slagers branchevereniging en retailonderzoekers. Het geheel resulteerde in een tien pagina tellende journalistieke productie, waarvoor ik zowel tekst als de foto’s heb gemaakt.

Mijn eigen positie ten opzichte van vlees eten is in het kort ongeveer als volgt: ik koop geen vlees meer in de supermarkt. De mensheid eet teveel vlees en dat komt voor een groot deel door het gemak. In de supermarkt ligt een schijnbaar oneindige voorraad karbonaatjes in styrofoam bakjes op je te wachten. Zo werkt het niet. Al die karbonaatjes waren dieren met ogen, een neus, longen, een hart, poten, botten en andere delen die je in de super nooit te zien krijgt.

De supermarktbakjes zijn opgestapeld door een werknemer die ze uit de koeltruck haalde en ze in de koelcel legde. Verder heeft hij net zoveel connectie met het product als u en ik.

Ik vind dat niet genoeg. Als we een dier doden, plus daarbij alle vervuiling, uitstoot van broeikasgassen en andere nadelen van vleesconsumptie voor lief nemen, dan moet je verantwoordelijkheid nemen. Je moet zeker weten dat je – als je het toch gaat doen – het zo goed mogelijk doet. En je moet in ieder geval erkennen dat je het doet. Klakkeloos een karbonaatje in je supermarktwagentje kieperen geeft geen pas.

Omfietsen naar een slager helpt al. Die extra moeite lijkt symbolisch, maar het zorgt ervoor dat je een plan maakt en bewust je aankoop gaat doen. Daarnaast moet je praten met je slager: informeren waar hij zijn vlees haalt en wat hij heeft dat minder goed verkoopt. Het is belangrijk het hele dier te verwaarden. Dat betekent dat je alles van het dier consumeert. Zo kan je door meer soorten vlees te eten het totale aantal dieren dat gehouden wordt terugdringen. Mijn collega Joel hield een TED-talk over de ethische kant van het nose-to-tail principe die zeker de moeite waard is.

Mijn toevoeging aan deze denkwijze is dus een uitgebreide journalistieke productie in Het Parool over de slagers in de stad. Ook de foto’s zijn door mij gemaakt. Klik op de foto hieronder voor het totale stuk. Die kan je hieronder groot bekijken. Met dank aan: slagerijen Woorts, Terpstra, De Wit, Konijn, Zagora, Alain Bernard en Brandt&Levie.

Slagers staan onder druk
Eerste pagina ‘slagersstuk’ Parool